Meditatief leesonderzoek: verschijnselen verschijnen als gewaarzijn

Een meditatief leesonderzoek is een experiment, een probeersel, een nieuwe vorm om meditatief zelfonderzoek aan te gaan, al lezend. Je zet je ergens rustig neer, komt eerst helemaal tot ontspanning en begin de tekst dan langzaam te lezen. Bouw voldoende pauzes in, waarbij je eventueel even de ogen sluit en onderzoekend bekijkt wat het met je doet.

Terwijl je dit hier leest, kan je tegelijkertijd je lichaam ervaren. Niet alleen de buitenkant, de huid, maar ervaar ook de binnenkant, elke cel. Ervaar elke cel in je lichaam. Heel dualistisch, heel relatief: “Ik” “ervaar” “mijn” “lichaam”.

Ervaar de houding van je lichaam. Ervaar de rechte lijn. Recht de rug een beetje en ervaar wat dit met je doet. Ervaar je hoofd, ervaar als het ware de cellen in je hoofd.

Ervaar je nek. Laat overal waar je aandacht komt deze diep doordringen tot op het niveau van de cellen, en als het kan zelfs dieper. Open als het ware je cellen zodat de aandacht er nog dieper in kan doordringen. Het openen geeft ontspanning en helderheid, het brengt in het licht wat op dat moment ervaren kan worden in gewaarzijn. Laat alle cellen openen in gewaarzijn, oplichten, verschijnen, ontspannen en verhelderen…

Laat je schouders ontspannen hangen. Ontspan als het ware elke cel van je schouders, voel ze openen, lichter worden, oplichten, verschijnen in gewaarzijn. De ervaring van je schouders verschijnt in gewaarzijn, als gewaarzijn.

En laat dit gewaarzijn zich voordoen als de ervaring van je armen. Deze ervaring licht op in gewaarzijn. Ervaar elke cel in je armen, open als het ware de cellen van je armen, dit geeft ontspanning en maakt de ervaring lichter, helderder.

Gewaarzijn doet zich voor als de ervaring van je borstkas, openend, oplichtend. Voel elke cel in je borstkas zich openen.

Gewaarzijn doet zich voor als het gebied rond je hart. Je gewaarzijn verschijnt als je hart, als de cellen van je hart, opent als het ware je hart. Je hart verschijnt in gewaarzijn, als gewaarzijn. Dit opent, licht de ervaring ervan op, verheldert, verruimt, verbreedt.

Gewaarzijn doet zich voor als het gebied in de onderbuik, de hara.

Als de benen.

Als heel je lichaam tegelijk.

Als heel je lichaam en de ruimte eromheen, als de hele ruimte waarin je lichaam zich bevindt.

Gewaarzijn kan zich ook voordoen als de ervaring van de ademhaling.

Als de ademhaling zoals die gevoeld wordt in de borstkas … ;

Ter hoogte van de neusvleugels … ;

In de onderbuik.

Laat gewaarzijn nu verschijnen als de ademhaling in de onderbuik, het opent deze ervaring, het licht de ervaring ervan op, verheldert, verdiept, verstevigt het gewaarzijn. Het gewaarzijn doet zich voor als de stabiele basis waarin de meditatie plaats kan vinden, waarin het meditatief leesonderzoek plaats kan vinden.

De ervaring van de onderbuik verschijnt aan gewaarzijn, het verschijnt in gewaarzijn, en het komt op uit gewaarzijn, en niet als iets anders dan dit gewaarzijn. Het is gewaarzijn die de vorm aanneemt van de ervaring. En het is de vorm van de ervaring die verschijnt als gewaarzijn. Gewaarzijn verlaat nooit zichzelf, het wordt nooit iets anders, er is gewaarzijn in beweging en gewaarzijn in rust, het relatieve en het absolute, maar steeds gaat het in werkelijkheid om hetzelfde gewaarzijn. Er is leegte en er is vorm.

De Boeddhistische Hart Sutra leert ons: “leegte doet zich voor als vorm, maar vorm is niet anders dan leegte.”

De ervaring geeft het gevoel dat er iemand is die ervaart, en er iets is dat ervaren wordt dat er buiten staat, maar dat gevoel is zelf iets dat opkomt uit gewaarzijn, als gewaarzijn. Het verlaat het gewaarzijn niet Werkelijk, het wordt niets anders. Leegte wordt niet vorm, het verschijnt gewoon als vorm, maar het blijft leegte of gewaarzijn. Wat er gebeurt is dat de verschijning geloofd wordt waar te zijn, en het is dat wat de vorm zo zwaar maakt, zo afleidend maakt, zoveel zuigingskracht geeft. Niet de verschijning zelf. De verschijning zelf is pure helderheid. Het geloof dat de verschijning werkelijk op zichzelf bestaat, dat is de illusie die alles zwaar maakt. De verschijning helder zien als gewaarzijn dat zich voordoet als vorm, maakt de ervaring lichter, verlichter, verlicht.

Leegte doet zich voor als vorm.

Als lichaam.

Als de ademhaling.

Als dit lezen hier.

Als meditatie.

Als onderzoek.

Leegte doet zich voor als het leven.

Als de zon.

Als de lach op het gezicht van een kind.

Leegte doet zich voor:

Als geboorte.

Als ziekte en pijn.

Als dood.

Maar vorm is niet anders dan leegte.

Lichaam is niet anders dan leegte.

Ademhaling is niet anders dan leegte.

De lezer is niet anders dan leegte.

De mediteerder is niet anders dan leegte.

De onderzoeker is niet anders dan leegte.

Vorm is leegte.

Leegte is vorm.

Verschijning is gewaarzijn.

Gewaarzijn is verschijning.

Het absolute is het relatieve.

Het relatieve is het absolute.

Niet-twee.

A-dvaita.

Er zijn twee vormen van bevrijding. De één is de aandacht zodanig weg te trekken dat het nergens meer naar uit gaat. In deze diepste meditatieve staat, in de diepste samadhi, doet zich geen ervaring, geen waarneming, geen gevoel, en geen verschijning meer voor. Op dat moment is er geen lijden meer. Maar als men uit deze samadhi komt, doet zich dit alles weer voor, en is er terug lijden. Deze vorm van bevrijding is afhankelijk van een staat, van een toestand, tijdelijk.

De andere vorm van bevrijding is de herkenning van alles dat zich voordoet, dat het niet anders is als dat waaruit het opkomt, hiervoor is geen diepe meditatieve toestand of samadhi nodig, al helpt meditatie wel om het te leren herkennen. Maar eens herkend kan deze vorm van bevrijding zich gewoon verder blijven voordoen, ook al verschijnt er nog van alles. Als alles dat verschijnt gezien is voor wat het werkelijk is: iets dat wel degelijk ervaren is, maar geen werkelijkheid heeft op zich, geen werkelijkheid heeft buiten het gewaarzijn waaruit het is opgekomen, dan bevrijdt wat opkomt zichzelf. In Dzogchen noemt men dat de zelfbevrijding van de verschijnselen als je ze met rust laat voor wat ze zijn, als er niet aan getrokken wordt, als ze niet afgestoten worden, maar ook niet genegeerd worden. Dan is wat verschijnt gewoon de helderheid van gewaarzijn. Dan mag alles verschijnen en weer verdwijnen en leidt het niet af van de bevrijding die de basis is waaruit het kan opkomen. Deze vorm van bevrijding is niet afhankelijk van een staat, van een toestand, het kan zich in elk moment voordoen: al mediterend, al lezend, al wandelend, al converserend, zelfs al pijn lijdend.

Pijn is een ervaring die niet weggenomen kan worden. Zolang er lichaam is, zal er pijn ervaren worden. Als de pijn gezien is voor wat het werkelijk is, namelijk helderheid, iets dat in helderheid opkomt uit gewaarzijn, niet op zichzelf bestaat, niet los van dat gewaarzijn kan bestaan, dan zal de pijn ervaren blijven, maar leidt het niet meer af van de al bevrijdde basis waarin het maar opkomen kan.

Laat op het einde van deze paragraaf het lezen even los en rust nog even in de herkenning van alles wat ervaren is, in de erkenning dat het niet anders is als de reeds bevrijde basis waaruit het opkomt. Laat alles wat opkomt, ook lichaam, de ademhaling, dit mediteren, dit onderzoek, en ook sensaties, gedachten en gevoelens, en ook blije ervaringen, schoonheid, maar ook de lelijke en onaangename zaken… laat alles zichzelf bevrijden door het laten zijn voor wat het werkelijk is: helderheid, opkomende helderheid.

En als je nu verder gaat met lezen, laat je nu stilaan wat meer aandacht voor verschijningen om je heen toe, neem de omgeving rond je op in je aandacht, keer terug naar het dagdagelijkse, waarbij de herkenning dat al dit dagdagelijkse evengoed de helderheid is van gewaarzijn mag blijven nazinderen.

Een oefening die je kan doen om wat je hier al lezend verkend hebt levendig te houden en de verkenning ervan te blijven verdiepen is als volgt:

Sta af en toe eens stil en herken dat alles wat je op dat moment ervaart de helderheid is van die reeds bevrijde basis waaruit het kan opkomen.  Op die manier laat je de verschijnselen zichzelf bevrijden van de zwaarte die we er normaal gezien aan toekennen. Laat alles wat verschijnt zichzelf bevrijden in de herkenning dat het verschijnen zelf de helderheid is van de geest en in werkelijkheid niet anders is als de leegte van de geest waarin het opkomt.

Voor sommigen klinkt dit raar, voor anderen klinkt dit te simpel. Hoe dan ook, hoe simpel of hoe raar ook, we zijn niet geconditioneerd om het zo te zien, we zijn juist geconditioneerd om het heel anders te zien. Dus er zal heel wat tegenwerking zijn tegen deze nieuwe manier van zien en vooral tegen het zo te blijven zien. Dit kan zich uiten in een onbehaaglijk gevoel, een moe gevoel, of juist een gevoel van te grote intensiteit, of juist van verveling… Het is onmogelijk dit zo zien van de dingen geforceerd aan te houden, dus probeer dat niet. De bedoeling is er zachtjes meer en meer mee in aanraking te komen, er aan te wennen, er van te proeven, en het dan zijn werk te laten doen op de achtergrond.

Namaste!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.